LEESVOER

Hier leest u blogs, artikelen, achtergronden en wetenswaardigheden over Beleidsmediation.

RECENTE

ARTIKELEN

  •  

    Schaliegas als venijnig vraagstuk De schaliegasdiscussie is typisch een “wicked-problem” of venijnig vraagstuk. Keith Grint heeft de kenmerken van dit type problemen op een rijtje gezet. Als je die kenmerken langs het vraagstuk legt ga je inzien dat voor een schaliegasdiscussie geen simpele oplossingen bestaan, omdat.. + LEES DIT 

     

    Schaliegas als venijnig vraagstuk

    Wicked-problems in de praktijk

    De discussie over schaliegas Nederland laait in 2014 in volle sterkte op als de Tweede Kamer een besluit moet nemen over het al dan niet toestaan van proefboringen. Voor- en tegenstanders vliegen elkaar in de haren en de spanning laat zelfs barsten ontstaan in de coalitie. Het is niet de eerste keer dat dit onderwerp de gemoederen opzweept. En dat zal onconventionele gaswinning blijven doen. Het is naïef te geloven dat een debat een bevredigend antwoord kan geven op het toestaan van schaliegasproductie in Nederland. Het is immers een venijnig vraagstuk.

     

    Schaliegas als venijnig vraagstuk

    De schaliegasdiscussie is typisch een “wicked-problem” of venijnig vraagstuk. Keith Grint heeft de kenmerken van dit type problemen op een rijtje gezet. Als je die kenmerken langs het vraagstuk legt ga je inzien dat een schaliegasdiscussie nooit vanzelf tot een oplossing kan komen, omdat…

     

    • Er geen sluitende probleemomschrijving is waar iedereen het over eens kan zijn. Hebben we het gas wel echt nodig? Moet het niet gaan over de energietransitie? De meningen zijn verdeeld.
    • Er een grote samenhang is met andere problemen die niet geïsoleerd kunnen worden opgelost. Het gaat hier immers over het grotere energievraagstuk en de rol van fossiele brandstoffen daarin. Daarbij gaat het nu zelfs over partijpolitiek, wat de zaak alleen maar verder compliceert.
    • Het niet alleen over het energiesysteem gaat maar ook over grondwater en een veilige leefomgeving zodat elke keuze weer nieuwe problemen oplevert.
    • Het geen afgebakend vraagstuk is en daarmee criteria voor de afweging van de oplossing voortdurend op losse schroeven staan. Bijvoorbeeld de prijzen waarmee wordt gerekend.
    • Er fundamentele verschillen van opvatting zijn over de manier waarop Nederland in zijn energiebehoefte moet voorzien.
    • Nieuwe technologie met onzekerheid gepaard gaat en we nu eenmaal niet op 3km diepte zelf kunnen kijken wat er echt gebeurt in de ondergrond.

    Gezamenlijk leren

    Zonder tekort te willen doen aan de uiteenlopende suggesties die te vinden zijn voor het omgaan met schaliegas als venijnige vraagstuk, valt de strategie te omschrijven als een gezamenlijk leertraject. In een proces van een constructief conflict onderzoeken partijen met elkaar het vraagstuk met als doel elkaar perspectieven te begrijpen. Het helpt niet om een standpunt in te nemen en daarbij te blijven (zie mijn blog  over conflicterende belangen).  Pas na begrip van het vraagstuk, de oplossingen en waardering daarvan wordt het mogelijk om voorzichtig in de richting van een beslissing te gaan. Partijen hoeven het niets eens te worden, maar kunnen in een respectvol leertraject wel met opgeheven hoofd de arena verlaten.

     

    De afgelopen jaren hebben laten zien dat dit type vraagstukken steeds uit de hand loopt. De aanpak blijft onbehouwen en getuigt niet van een groot leervermogen. De vraag is of de minister het wel aandurft om een leertraject te starten. Partijen hoeven het niet eens te worden, maar het gezichtsverlies dat nu geleden wordt is onnodig.

  • Onderhandelingen voorbereiden?Een onderhandeling over een nieuw huis, je eigen arbeidsvoorwaarden, inkoopafspraken met aannemers… We weten dat we die gesprekken moeten voorbereiden maar laten dat maar al te vaak afweten. Te druk met andere klussen of gewoonweg vergeten dat het onderhandelingsmoment eraan zat te komen. + LEES DIT  

     

     

     

    Onderhandelingen Voorbereiden? 3 tips

    Jij, de ander en het spel

    Is het een probleem om onvoorbereid een onderhandelingstraject in te gaan. Het antwoord is volmondig “ja”: er is een berg aan onderzoek dat aantoont dat onvoorbereide onderhandelaars op verkeerde momenten weglopen van een goede deal, hun eigen waarde niet kunnen inschatten of concessies doen die niet nodig zijn. Dat zijn valkuilen die je liever wilt voorkomen. Hoe kan je onderhandelingen voorbereiden? 3 tips om bij stil te staan.

     

    1. Check je eigen aannames

    Welke onderhandeling je ook gaat voeren, het is goed om te weten dat je daar vooraf allerlei aannames -assumpties- over hebt. Sterker nog, we doen de hele dag aannames over de wereld om ons heen. Over die vervelende collega, de winstbeluste leverancier en dat het eten van appels gezond is. Doorgaans zijn deze aannames zonder gevolgen. Maar in een onderhandelingssituatie kunnen ze van doorslaggevend belang zijn. Is die collega echt vervelend of is het iemand die heel secuur werkt wat botst met jouw losse opvattingen? Is die leverancier echt winstbelust of ben je een veeleisend klant? Kleven er ook nadelen aan het eten van appels? Dit soort aannames heb je ook over de partijen met wie je onderhandelt, het onderwerp waarover je onderhandelt en over jezelf (bijvoorbeeld dat je minder presteert dan collega’s). Daarom is het cruciaal te checken of die aannames reëel zijn.

     

    Het checken van je eigen aannames is niet eenvoudig. Vraag bij een belangrijke onderhandeling om hulp van een ander. Laat diegene aan jou vragen stellen om jouw aannames te toetsen. Zo kom je in ieder geval achter je eigen aannames. Om erachter te komen wat de aannames zijn van de andere partijen aan de onderhandelingstafel zal je hen de juiste vragen moeten stellen. De praktijk leert dat deze strategie de moeite waard is omdat het je in staat stelt om mee te denken in de belangen van de ander. Die botsen niet noodzakelijk met die van jou en leiden daarom tot betere onderhandelingsresultaten.

    2. Bepaal de juiste arena

    Een onderhandeling met de verkeerde partijen over het verkeerde onderwerp heeft de neiging om vast te lopen. Dit klinkt als een enorme open deur (is het ook) maar wordt in de dagelijkse praktijk te weinig herkend. Een voorbeeld om dit te illustreren:

     

    "Een industriële partij had al 40 jaar een stuk land in bezit waar een grote installatie was gepland. Toen het land werd gekocht stond het middenin de weilanden. 30 jaar later was de stad opgerukt en grensde aan het weiland van het bedrijf. Op het moment dat de installatie gebouwd zou worden kwamen bewoners in opstand. Aanvankelijk werd de strijd ingezet vanuit het gezondheidsrisico dat de installatie met zich mee zou brengen. Een strategie die niet heel vruchtbaar was, omdat de installatie geen noemenswaardige risico’s met zich meebracht. Na een interventie van een bemiddelaar bleek de werkelijke zorg van de bewoners een esthetische te zijn: niemand wilde een lelijk gebouw in de voortuin. Het gespreksonderwerp en de betrokken specialisten veranderden vrijwel direct. In plaats van risicospecialisten schoven (landschaps)architecten aan en werd over een mooiere oplossing onderhandeld die voor iedereen aanvaardbaar was."

     

    De moraal van dit verhaal: weet heel goed wat jouw belang is en vertaal dat naar de juiste arena. Als je een gebouw lelijk vindt heeft het weinig zin om een onderhandelingsstrategie in te zetten gericht op het gezondheidsrisico van zo’n gebouw (waarschijnlijk gebaseerd op de aanname dat gezondheidsrisico’s meer tegenkrachten kunnen mobiliseren dan esthetische belangen). Het vinden van de juiste arena begint met onderzoeken wat jouw behoefte is: wat heb je eigenlijk nodig? Zoek je bijvoorbeeld erkenning? Wil je een reputatie behouden? Wil je inkomenszekerheid? Pas als je weet wat je nodig hebt (behoefte) kan je bepalen wat je wilt (belang). Daaruit volgt de juiste arena met de juiste partijen en onderhandel je over de juiste onderwerpen.

    3. Inschatten van jouw waarde

    Wat neem je mee naar de onderhandelingstafel? Wat heb je te bieden? Stel jezelf de vraag wat er gebeurt als het niet lukt om tot een overeenkomst te komen. Zijn er alternatieven? Doorgaans versterk je jouw positie als je alternatieven achter de hand hebt. Dat is wellicht eenvoudiger bij een onderhandeling over een woning (zeker als er in de straat nog een paar te koop staan) dan in een onderhandeling over de bestemming van een haven, maar is essentieel om te bepalen hoe ver je wilt gaan in het doen van concessies. Met die kennis kan je in een onderhandeling onderzoeken hoe groot de onderhandelingsruimte is. Dat doe je in gesprek met de andere partijen. In de meest optimale situatie vergroot je die ruimte door te brainstormen over opties die alle partijen voordeel bieden.

     

    Een eenvoudig voorbeeld kan de onderhandelingsruimte illustreren: stel dat je al vijf jaar bij een bedrijf werkt en daar steeds goede feedback krijgt. Er komt een interessante plek vrij die een flinke promotie inhoudt. Ter voorbereiding van het gesprek met de directeur ga je na wat jou waarde is voor het bedrijf en wat er gebeurt als je de baan niet krijgt. Neem je ontslag? Heb je een ander aanbod liggen? Blijf je (ongelukkig) in je oude functie werken als deze promotie niet lukt? Zijn er alternatieven voor een promotie zoals een nieuw te creëren functie? Moet dat direct of kan het ook over een jaar? Het zijn een paar vragen die een groot effect hebben op de onderhandelingsruimte die er ontstaat. Hoe meer je daar vooraf over hebt nagedacht, des te beter je bent voorbereid op de onderhandeling.

     

    Kortom, als je de voorbereiding van onderhandelingen serieus neemt, dan weet je wanneer je een goede deal hebt, wat jouw eigen waarde is en wanneer je concessies moet doen.

  •  

    De moeizame relatie tussen publieke beleidsvorming en politieke besluitvormingDe grote verdienste van publieke beleidsvorming is dat het de uitvoerbaarheid en acceptatie van beleid vergroot. Het nadeel is dat politieke actoren te weinig betrokken zijn bij de beleidsvorming en achteraf alsnog een veto kunnen uitspreken tegen de beleidsafspraken die na lang onderhandelen tot stand zijn gekomen. + LEES VERDER 

     

    De moeizame relatie tussen publieke beleidsvorming en politieke besluitvorming

    Wie beslist in de participatiesamenleving?

    Beleidsvorming samen met maatschappelijke partijen en overheden biedt een antwoord voor situaties waarin standaardprocedures niet voldoen. Het gaat daarbij om het betrekken van niet-overheden bij het voorbereiden, bepalen, uitvoeren of evalueren van beleid.

    De afgelopen decennia is daar in Nederland al uitgebreid mee geëxperimenteerd. De grote verdienste van publieke beleidsvorming is dat het de uitvoerbaarheid en acceptatie van beleid vergroot. Het nadeel is dat politieke actoren te weinig betrokken zijn bij de beleidsvorming en achteraf alsnog een veto kunnen uitspreken tegen de beleidsafspraken die na lang onderhandelen tot stand zijn gekomen. Er bestaat daarom een spanning tussen de overheid als eenzijdige beleidsontwikkelaar versus de overheid als medeverantwoordelijke speler in een maatschappelijk netwerk. Het onderwerp is actueel omdat overheden -vaak onder druk van bezuinigingen- steeds meer participatie verlangen van bewoners.

     

    Publieke beleidsvorming en politieke besluitvorming

    Door het relatief grote aantal experimenten met publieke beleidsvorming -een decennium geleden nog interactieve beleidsvorming genoemd vanwege de interactie met burgers- zijn ook veel evaluaties uitgevoerd. Dat geeft dieper inzicht in de spanning tussen publieke beleidsvorming en politieke besluitvorming. Door de oogharen kijkend vallen mij vier zaken op:

     

    • Gekozen vertegenwoordigers in Gemeenteraden, Provinciale Staten en de 2e Kamer worden geacht beslissingen te nemen namens het electoraat. Bij betrokkenheid van burgers en bedrijven bij beleidsvorming, wordt een deel van die verantwoordelijkheid verlegd, al zal een politicus ook moeten kijken naar de belangen van partijen die niet meedoen aan de publieke beleidsvorming. Er is dus een afbakeningsprobleem; de politieke afweging van een besluit is doorgaans breder dan de beleidsvraag.
    • Politici kunnen zelf publieke beleidstrajecten starten maar doen dat zelden. In de praktijk start de ambtelijke organisatie (formeel het bestuur) meestal zelf een publiek beleidstraject of nemen bewoners het initiatief.  Het grote misverstand hier is dat politici ervan uitgaan dat het dan om onderwerpen gaat van “uitvoerende aard,  die politiek niet moeilijk liggen” (Interactieve beleidsvorming voor een dualistische raad, p 18, 2004). Deze veronderstelling is ronduit naïef. In de praktijk start publieke beleidsvorming op het moment dat onderwerpen controversieel zijn en politiek juist moeilijk.
    • Partijen die betrokken zijn bij publieke beleidsvorming gaan er vanuit dat helder is welke rol zij zelf vervullen in een proces. Dit levert veel misverstanden op. Zo zien de meeste Nederlanders “de overheid” als één partij en is het onderscheid tussen bestuurders, raadsleden, ambtenaren en specialisten voor hen volstrekt niet vanzelfsprekend. Anderzijds is ook de rol van bedrijven, adviesbureaus en bewoners niet helder. Voor het gemak worden zij door beleidsmakers “stakeholders” genoemd, maar dat doet geen recht aan de diversiteit van rollen en belangen. Onbegrip over rollen van deelnemers vergroot de spanning tussen partijen.
    • Publieke processen starten vaak positief, open en voortvarend maar kunnen sluiten als een oester op het moment dat de besluitvorming aanbreekt. Het proces slaat als het ware naar binnen en komt in de spreekwoordelijke black-box. Doorgaans leidt zo’n cesuur tot grote verontwaardiging bij deelnemers die niets begrijpen van de plotselinge stilte. Zeker als het besluit afwijkt van het voorgenomen beleid (wat tot de situatie kan leiden dat politici verantwoording moeten afleggen aan burgers over afwijkende besluiten).

     

    Betekenis voor de participatiesamenleving

    Het hoeft geen betoog dat een goed vormgegeven publiek beleidsproces rekening houdt met bovenstaande zaken. Wat ik mij echter afvraag is wat de betekenis hiervan is voor de participatiesamenleving die nu langzaam aan vorm krijgt. Die beweging gaat namelijk samen met een terugtredende overheid die collectieve verantwoordelijkheden teruglegt in de maatschappij. De vraag is wat partijen van elkaar verwachten? Zien politici in participatie vooral de uitvoering van beleid zoals extra handjes bij de verzorging van ouderen? Kunnen burgers beslissen over zaken die nu publiek zijn? Het zijn dezelfde vragen die spelen bij publieke beleidsvorming. Ik ben benieuwd of deze punten terugkomen in de politieke debatten die de komende jaren gevoerd gaan worden.  Er zijn voldoende lessen te trekken uit de ervaringen met publieke beleidsvorming- en uitvoering.

  •  

    Conflicterende belangenAls een onderhandeling stuk loopt wijten we dat vaak aan tegenstrijdige – of conflicterende belangen. Die zouden een besluit blokkeren zodat er helemaal niets meer gebeurt. Wat wordt vergeten is dat de strijd ontstaat over een oplossing -de laatste stap in een onderhandelingsproces- en niet over de belangen perse. + LEES VERDER 2

     

    CONFLICTERENDE BELANGEN

    Als een onderhandeling stuk loopt wijten we dat vaak aan tegenstrijdige – of conflicterende belangen. Die zouden een besluit blokkeren zodat er helemaal niets meer gebeurt. Wat wordt vergeten is dat de strijd ontstaat over een oplossing -de laatste stap in een onderhandelingsproces- en niet over de belangen perse.  Een conflict “hangt” eerder op een ingenomen standpunt dan op wat de stakeholders aan tafel echt willen en nodig hebben. In deze blog laat ik zien dat partijen er ook prima uit kunnen komen als ze conflicterende belangen hebben.

     

    Wat is een belang?

    Belangen zijn zorgen, wensen en behoeften die mensen in een bepaalde situatie hebben. Deze zorgen, wensen en behoeften sturen het gedrag in een richting waarvan mensen denken dat die tegemoet komt aan hun belangen. (Pel en Emaus, 2004)

    In het staartje van deze definitie zit het venijn: “…waarvan mensen denken dat die tegemoet komt…” Vaak weten mensen niet wat zij echt willen en wat zij nodig hebben (dat geldt ook voor mij). Toch nemen we snel een standpunt is als daarom wordt gevraagd.  In een onderhandeling is het daarom noodzakelijk om te weten wat de werkelijke belangen zijn van de partijen rond de tafel. Elke oplossing zal ten opzichte van de belangen worden gewogen. Het komt helaas al te vaak voor dat de werkelijke belangen onuitgesproken blijven en men aannames doet over wat de ander wil of zou moeten willen.  Boeren willen geen natuur. Omwonende willen geen verandering. Wethouders willen scoren. De praktijk is echter veel genuanceerder en vaak kunnen mensen zelf niet eens direct onder woorden brengen welke belangen zij hebben. Besteed daarom uitgebreid aandacht aan het gezamenlijk bespreken ervan. Neem er de tijd voor.

     

    Er is onderscheid te maken in grofweg 3 klassen van belangen

     

    Materiële Belangen:

    • financiën (inkomsten, kosten van impasse),
    • goederen (woning),
    • middelen (grond, bedrijfsmiddelen),
    • waardevolle bronnen (leefomgeving, grondstoffen, historie, natuurwaarde)

    Psychologische Belangen:

    • basisbehoeften (privacy, zekerheid, autonomie, veiligheid),
    • relationele behoeften (erbij horen, serieus genomen),
    • gezichtsbehoud (zelfrespect, aanzien),
    • macht uitoefenen.

    Procedurele Belangen:

    • uitvoering van een proces (rechtvaardigheid, invloed)

     

    Je zou een belang als vertaling van een waarde kunnen zien. Het aantasten van een belang is het aantasten van iets dat een waarde vertegenwoordigt. Zodra je dat weet te vangen is er ruimte voor onderhandeling: geven en nemen.

    Verenigbare belangen

    Wanneer gaat het mis?  Als je geen idee hebt wat de werkelijke belangen van partijen om de tafel zijn. Dan lijkt het alsof er een impasse ontstaat ten gevolge van conflicterende belangen. Dat kan zo zijn maar dat is meestal niet het geval. Kijk maar naar het lijstje met type belangen hierboven: de psychologische belangen staan zelden tegenover materiële belangen maar spelen vaak een rol in vastlopende situaties. Bijvoorbeeld omdat een beslisser wil laten zien dat zij besluitvaardig is. Het gaat dan helemaal niet om het onderwerp van onderhandeling -zoals het aanleggen van een nieuw station-  maar om het vervullen van een persoonlijk belang dat inhoudelijk niet strijdig is met de belangen van anderen. Die zijn dan prima verenigbaar. Het grootste struikelblok in onderhandelingen is dat er al een standpunt wordt ingenomen voordat de belangen transparant op tafel liggen.

     

    Mediators gebruiken vaak de “conflict-ui” om inzichtelijk te maken wat de belangen, posities en behoeften zijn. Het is een visualisatie die helpt om onderscheid te maken tussen wat men zegt te willen en wat men eigenlijk wil. Hieronder een fictief voorbeeld geïnspireerd op Fischer (2000). Het laat zien dat zodra je voorbij gaat aan de posities, er ruimte is voor verenigbare belangen.  Want wat gebeurt er als het wel duidelijk is waar anderen waarde aan hechten? Op dat moment ontstaat creativiteit in het meedenken over oplossingen die voor iedereen acceptabel zijn.  Je kunt een ander pas helpen als je weet wat hem drijft. En dat geldt ook voor jezelf; je kunt pas door anderen geholpen worden als zij weten wat jij echt wilt en wat je nodig hebt.

  •  

    Hoe kan een minister omgaan met boze burgers?Een voorbeeld uit de gaswinning in Groningen laat zien dat het zin heeft om eerst te begrijpen hoe het vraagstuk in elkaar zit, voordat men vervalt in een eindeloze dialoog. + LEES VERDER 3

     

    Hoe kan een minister omgaan met boze Groningers?

    Het Kabinet heeft begin 2014 een besluit genomen over de gaswinning in Groningen. Er gaat minder gas gewonnen worden en Groningers worden gecompenseerd voor de geleden schade ten gevolge van die gaswinning. Geen vuiltje aan de lucht zou je denken, maar de praktijk is anders. Tijdens een persconferentie van minister Kamp in Loppersum liepen de spanningen op 17 januari 2014 hoog op. De politie kwam eraan te pas om de demonstranten in toom te houden.  De tegenstanders geven hun weerstand niet op en dreigen met acties.

     

    Vertrouwen herwinnen

    Minister Kamp gaf aan dat het Kabinet het vertrouwen van de Groningers moet herwinnen door daden. Er komt een “permanente dialoog” met bewoners. Dat zou tot adviezen en maatregelen moeten leiden om de leefbaarheid in het gebied te behouden. Het herwinnen van het vertrouwen staat of valt echter met de goede uitvoering van deze permanente dialoog. Wie gaat die begeleiden? En heeft heeft deze begeleider enig besef van het vraagstuk? Deze vragen zijn niet onbelangrijk want het proces dat je volgt bepaalt het succes van de uitkomst. Wat die uitkomst is staat vooraf niet vast.

     

    Invalshoeken van het vraagstuk

    Je kunt het vraagstuk van gaswinning en de schade die het berokkent vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Bij elke manier van kijken past een andere strategie. Dat maakt de invulling van de dialoog een uitdaging: want welke strategie wil het Kabinet volgen? En wat willen de bewoners? Ervan uitgaande dat partijen wel met elkaar in gesprek willen,  is gaswinning te zien als:

     

    Onderhandelingsvraagstuk: Een eenvoudige benadering is om gaswinning te zien als een onderhandelingsvraagstuk. Het Rijk heeft de baten. Heel Nederland profiteert daarvan en je zou kunnen spreken van over het land gespreide baten. In de kamerbrief “Gaswinning Groningen” wordt dit argument onderstreept. Je mag aannemen dat er weinig Nederlanders zijn die het oneens zijn met dit welvaartsargument. Tegenover de baten staan echter lasten. De bewoners van gebieden die door aardbevingen worden getroffen dragen de lasten. Bijvoorbeeld door schade aan huizen, maar ook door verstoring van het gebied waarin zij wonen.

    De meest toepasselijke beleidsstrategie in deze situatie is het voeren van een onderhandeling over compensatie van de schade. Een onderhandelingstraject waarin partijen net zo lang heen en weer praten tot er een voor alle partijen aanvaardbaar voorstel ligt. Desnoods vastgelegd in een contract en met heldere afspraken over de manier waarop schade wordt bepaald.

     

    Technisch-bestuurlijk vraagstuk: een naïeve benadering is om gaswinning te zien als het uitvoeren van een eenvoudige beleidsmaatregel. Helaas komt deze strategie in de praktijk teveel voor bij vraagstukken die dit stadium ontgroeid zijn. Door het vraagstuk van gaswinning te benaderen als beleidsmaatregel kan het Rijk zich verschuilen achter wet- en regelgeving. Die beschrijft eenzijdig welke compensatie mogelijk is en hoe dat wordt vastgesteld. Een dialoog kan onderdeel uitmaken van de voorgeschreven besluitvormingsprocedures en is vooral bedoeld om burgers uit te leggen waarom zij zich geen zorgen hoeven te maken. Eigenlijk geen dialoog maar een voorlichtingsbijeenkomst waarin technische experts nog maar eens uitleggen dat bewoners rustig kunnen gaan slapen.

     

    Ongrijpbaar vraagstuk: Wie de situatie in Groningen kent en de kranten goed leest, ziet tussen de regels dat er veel meer problemen spelen dan de schade alleen. Groningen kampt met vergrijzing en krimp in het inwoneraantal. De voorzieningen blijven achter bij de rest van Nederland en het is niet aantrekkelijk om er te blijven wonen. Schade door gaswinning is slechts een van de aspecten die in Groningen spelen.

    De beleidsstrategie die hier gevoerd zou moeten worden, is gericht op leren. De inzet van beleid als leren is tweeledig: probleemstructurering en een beargumenteerde probleemkeuze. In het proces van probleemstructurering wordt zoveel mogelijk (tegenstrijdige) informatie verzameld, geëvalueerd en geïntegreerd. De uitkomst zou kunnen zijn dat de dialoog niet meer gaat over schade door gaswinning, maar over een ander vraagstuk dat de bewoners aan het hart gaat.

     

    Hoe kan minister Kamp omgaan met boze Groningers en het vertrouwen herwinnen? Bepaal met de inwoners hoe het vraagstuk in elkaar zit en beslis dan hoe de dialoog ingevuld gaat worden. Zo kan het beschadigde vertrouwen wellicht langzaam worden hersteld.

Rijnveld Beleidsmediation

Groenland 14

2548 WC Den Haag

 

KvK  27316204

Rijnveld Beleidsmediation  2015